Het gedicht “Mallemolen” van Toon Hermans gaat over een molen. Het gaat over plaatsen waar de verteller van het gedicht naartoe wil omdat ze hem een goed gevoel geven.
Het gedicht bestaat uit 4 strofen. Elke strofe is een kwatrijn. Er zit enorm veel beeldspraak in dit gedicht. Er zijn zeer veel personificaties: koperen bellen zwijgen en de wind waait warm en zwoel. Ook is er vaak beeldend taalgebruik: alleen zijn met de stiltede stilte van de velden.
Er is overdrijving ook overdrijving in dit gedicht: geen zee gaat mij te hoog. Er zijn ook herhalingen en dit maakt het gedicht aantrekkelijk. Er zijn mannelijke en vrouwelijke rijmen en het rijmschema is ABCB ADED FBGB HIJI – gekruist rijm.
Dit gedicht is echt de moeite waard. Het is vrolijk en amusant!
Het gedicht “Aan een klein meisje” van Annie M.G. Schmidt gaat over de ‘saaie’ leefwereld van volwassenen waar een kind niet naartoe wil. Alle negatieve kanten van het leven van een volwassenen worden in de kijker gezet waardoor het dus minder aanlokkelijk klinkt voor een kind.
Het thema is ‘opgroeien’. Er komt beeldspraak in voor: metaforen, personificaties en synesthesie. Er wordt gespeeld met zinnen door ze te laten rijmen volgens het rijmschema ABAB. Het gedicht bestaat uit 4 kwatrijnen.
Het gedicht is makkelijk te begrijpen. De woordkeuze is eenvoudig en er zijn geen moeilijke beelden.
Ik las het gedicht “augustus 25″ van Cees Buddingh. Het gaat over een jongetje dat een boek krijgt voor zijn verjaardag. Op het boek staat een jongen die heel hard op zijn vader lijkt en hij vertelt daar over.
Als stijlfiguur wordt er vaak een enjambement gebruikt. Bijvoorbeeld: k Moest wel hard om hem lachen, maar hij was voor andere mensen soms heel onaardig.
Er is weinig rijm, eigenlijk voelt dit gedicht gewoon aan als een verhaaltje. Dat is de reden waarom ik het niet zo goed vind.
Ik vond het gedicht “Beter laat” van Toon Tellegen niet zo geweldig. Het is te stroperig verteld en zoals in bijna elke film heeft het een happy-end.
Het gedicht gaat over een man die hopeloos wordt omdat hij nog steeds wacht op de vrouw op wie hij verliefd is. Hij wordt boos op Cupido en stort bijna in wanneer het toch goed komt.
Het gedicht bevat niet veel beeldspraak. De auteur maakt wel gebruik van een personificatie. In het gedicht zit niet echt veel rijm (er is slechts twee keer eindrijm), maar het stroomt over van de enjambementen.
Het gedicht spreekt me vormelijk wel aan, maar inhoudelijk vind ik het niet echt fantastisch.
De titel van mijn gedicht is “Eeuwige Liefde”. Het is geschreven door Hendrik Hoogland. Het gedicht gaat over de liefde tussen 2 personen die niet mag zijn, ooit zullen ze toch samen zijn.
Dit gedicht begint met een onderbroken eindrijm ( A-B-C-C-C). Hier wordt ook gerijmd op basis van klank, namelijk een volrijm (toverkruid – uit – bruid). Dit is een staand rijm, de rijmend klank bestaat uit één lettergreep. Voor de rest bevat dit gedicht niet veel rijm.