Het gedicht “Mallemolen” van Toon Hermans gaat over een molen. Het gaat over plaatsen waar de verteller van het gedicht naartoe wil omdat ze hem een goed gevoel geven.
Het gedicht bestaat uit 4 strofen. Elke strofe is een kwatrijn. Er zit enorm veel beeldspraak in dit gedicht. Er zijn zeer veel personificaties: koperen bellen zwijgen en de wind waait warm en zwoel. Ook is er vaak beeldend taalgebruik: alleen zijn met de stilte de stilte van de velden.
Er is overdrijving ook overdrijving in dit gedicht: geen zee gaat mij te hoog. Er zijn ook herhalingen en dit maakt het gedicht aantrekkelijk. Er zijn mannelijke en vrouwelijke rijmen en het rijmschema is ABCB ADED FBGB HIJI – gekruist rijm.
Dit gedicht is echt de moeite waard. Het is vrolijk en amusant!



2 Reacties
maart 9, 2009 at 2:08 pm
Het gedicht spreekt me wel aan omdat er een kenmerk van stilte inzit dat ik herken. Het is een prachtig gedicht, vooral omdat ik graag personificaties lees. Ook het gekruiste rijm kan me bekoren. De originele omgang met overdrijving kan ik appreciëren.
De intonatie in de gedicht zit juist op de plekken waar het moet zitten. Ik zou het wel iets trager voorlezen om duidelijker te zijn.
Het is dus een mooi gedicht dat heel sterk is voorgelezen.
maart 9, 2009 at 2:10 pm
Ik vind het een mooi gedicht omdat ik mezelf erin terugvind. Ik begrijp het verlangen naar rust, weg van iedereen, naar de plaatsen waar je graag bent.
Het gedicht was goed ingelezen, maar af en toe was het wat te stil. Er waren ook een paar woorden die ik niet goed verstond door een gebrek aan articulatie. Het is zeer natuurlijk ingelezen en de inleving ligt hoog.
Het ritme was goed, maar volgende keer zou ik even langer wachten na elke regel. Zo kom je rustiger over.