Het gedicht “Voor de liefste onbekende” is geschreven door Ingmar Heytze. Het gaat over iemand die op zoek is naar de ware maar hij is er nog niet helemaal klaar voor. Hij denkt dat de relatie niet lang zal duren.
Ik vind het een mooi gedicht omdat de schrijver het mooi verwoord en er niet te veel rijm in het gedicht zit. De schrijver maakt wel gebruik van enjambementen. Wel komt er weinig beeldspraak voor. Er komt ook niet veel rijm voor in het gedicht, enkel twee keer assonantie.
Het gedicht “Het meisje” is geschreven door Hanne Michaelis. Het centrale thema is opgroeien, volwassen worden. Dit wordt vooral geïllustreerd op het einde, als de auteur spreekt over gevoelens die in kinderen niet ontbranden.
Synesthesie wordt duidelijk gebruikt als beeldspraak. Bijvoorbeeld als ze spreekt over de vlam van het verlangen. Een vlam zie je, verlangen voel je. Als stijlfiguur is er een enjambement aanwezig, dit wil zeggen dat de zinnen doorlopen over verschillende regels.
Het gedicht is een sonnet: het bestaat uit 14 verzen. Dit houdt in dat eerste 2 strofes terzines zijn en de laatste 2 kwatrijnen. Er wordt ook gebruik gemaakt van omarmd rijm (ABBA-BAAB-CDC-DCD).
Ik vind dit gedicht heel interessant omdat het thema heel herkenbaar is.
Het gedicht “Ik heb je liever” is van Hans Andreus. Het gaat over iemand die beschrijft hoe graag hij een andere persoon heeft. Hij doet dat door deze te vergelijken met allerlei dingen.
Het gedicht is leuk om te lezen omdat het vlot geschreven is en er wordt veel herhaald – bijvoorbeeld ik heb je liever dan… en de laatste strofe is ook een hele herhaling. Er is ook beeldspraak in zoals personificatie (wilde bloemen staan te lachen) en synesthesie (blonde warme lucht).
Het is een leuk en mooi gedicht; een andere manier dan normaal om te zeggen hoe graag je iemand hebt.
Dit gedicht heet “Ars Poëtica” en is geschreven door Herman de Coninck. In de volgende tekst wordt het gedicht geanalyseerd, er wordt naar de inhoud en naar de vorm gekeken.
Het gedicht gaat over gedichten, wat hun doel is en hoe ze opgebouwd zijn. Je kunt er geen rijm in terugvinden, maar personificatie komt opvallend veel voor. De gedichten worden namelijk voorgesteld als personen.
Ik vond het gedicht heel leuk om te lezen. Het is niet te langdradig en is iets totaal anders dan de meeste gedichten. Deze gaan immers over liefde.
Mijn gedicht heet “Decemberbrief” en is geschreven door Hans Andreus. Het gaat over alleen zijn, de geliefde van de schrijver is weg. Het gedicht gaat over liefde en gemis.
Het rijmschema van het gedicht is blank rijm; er zit geen structuur in. Als er rijm in zit, dan is dat meestal gelijkrijm. Dit komt voor als begin-, midden-, tussen- en eindrijm. Als stijlfiguur valt het enjambement erg op. Het gedicht bevat ook beeldspraak, bijvoorbeeld vergelijking en synesthesie.
Het gedicht spreekt me aan, omdat het veel gevoelens bevat. Deze zijn ook op de juiste manier verwoord. Het is niet te veel, maar net genoeg. Ik vind het gedicht een aanrader, omdat het mooi beschrijft hoe je je kan voelen als je iemand mist.
Het gedicht “Je hart” van Bertus Aafjes gaat over afscheid, er gaat iemand dood en deze persoon schrijft naar zijn geliefde. Hij zegt dat deze goed moet zorgen voor het hart dat hij bemind heeft.
In het gedicht komt herhaling voor, namelijk de woorden lieveling en zo. De eerste twee strofen zijn kwatrijnen en de laatste een sextet. In het octaaf vinden we gekruist rijm terug. Er komt ook beeldspraak voor: een hart dat van vreugde springt en warm wordt kunnen we benoemen als personificatie.
Ik vind het zelf een heel mooi maar wel moeilijk gedicht als je naar de inhoud kijkt. Je kunt het gedicht wel verschillende betekenissen geven.